In het artikel Massagraf in Lexmond (1) las u het eerste deel van de geschiedenis die ging over de ontdekking van een massagraf bij de restauratie van de kerk in 1954. Het massagraf bleek te stammen uit de tweede helft van de negentiende eeuw toen veel mensen in korte tijd stierven aan de pokken. In dit artikel meer over de verschrikkingen van die epidemie in 1871.

In het verleden werden hele werelddelen door diverse besmettelijke ziekten geteisterd. Vanuit de middeleeuwen kennen we de zwarte dood. Beter bekend als de pest. Cholera kwam regelmatig voor. Een andere gelukkig niet zoveel voorkomende ziekte maar wel een die zeer besmettelijk was, was de pokken. Deze laatste richtte in 1871 in Lexmond een ware slachting aan. De burgerlijke stand in de courant de Vijfheerenlanden gaf in een korte periode een uitzonderlijk hoog aantal sterfgevallen aan. Een groot deel van deze 186 overledenen in Lexmond waren aan de gevolgen van de pokken bezweken. Een tiende deel van de bevolking van Lexmond werd in het genoemde jaar ten grave gedragen. Om deze reden werd de jaarlijkse kermis afgelast. Voor Helsdingen werd door Vianen een zelfde maatregel genomen.

De eerste tekenen van de epidemie werden in de week van 26 mei tot 2 juni 1871 openbaar. In deze week overleden Elizabeth Schoonenberg (20) en Hendrika Tukker op de leeftijd van 12 jaar. Wat er dan volgt, is vandaag de dag vrijwel niet voor te stellen:

  • Twee weken later tussen 16 en 23 juni overlijden Aartje van den Heuvel ( 6 mnd), Hendrik Spek (11 mnd.), Willem Vonk (42) de echtgenoot van Johanna van Iperen, Pieter Makop (11) en Bastiaan Siebel (10 mnd).
  • In de week van 25 augustus tot 1 september overlijdt Arie Lemmen op de leeftijd van 24 jaar en 9 maanden. Twee weken daarna volgen zijn zuster Gijsje (23) en broer Bastiaan (sedert 1 juli 1870 organist in de kerk) op een leeftijd van 21 jaar. Cornelia van Delft werd slechts 5 maanden, Krijntje Versluis slechts 9 maanden. Anthonie Wink werd 1 jaar, Teuntje Heijcop bijna 2 jaar. Haar broer Adrianus bereikte de leeftijd van 4 jaar. Frans den Hartog werd ruim 23 jaar en Willem Gijsbert Plieger haalt de 23 net niet, terwijl Sijgje Heijcop de leeftijd van 15 jaar bereikt. En dit alles in één week.
  • Groot was het verdriet in de week van 15 tot 22 september. Vijftien keer vond er in die week een begrafenis plaats voor zover er van een begrafenis kon worden gesproken. Uit het gezin Schoorl overleden in die week 4 kinderen. Hendrik Simon Johannes (2), Anna Hendrika (3), Anna Elizabeth (8), en Johannes Pieter (10).
  • De laatste week van het jaar 1871 sterft Peter de Zeeuw op de leeftijd van 10 jaar. Toen in de week van 4 tot 11 november in het huisgezin van de hoofdonderwijzer een hevig geval van pokken voordeed, werd de school door het gemeentebestuur onmiddellijk gesloten.

De burgemeester

In de raadsvergadering van Maart 1871 doet de burgemeester het verzoek aan de raad om gemachtigd te worden om kinderen op school te kunnen weigeren die in huizen wonen waar een besmettelijke ziekte zich openbaart of heerst. Bij deze machtiging hoort ook het recht om op huizen een papier aan te mogen brengen, dat daar een besmettelijke ziekte heerst. Mits dit al niet door de bewoners zelf gedaan zal zijn. Men is het hier snel over eens. Over het wel of niet vaccineren liepen de gevoelens verder uiteen. De burgemeester zegt dat hij verplicht is het inenten aan te bevelen, maar voor dat hij een publicatie uit wil brengen eerst de gevoelens van de raad wil kennen. Hij wil niet de minste dwang uitoefenen en de ingezetenen geheel vrij laten doen doch het vaccineren ernstig aan bevelen. Het voorstel wordt met 4 tegen 2 aangenomen.

De dokter

Een aan pokken lijdende vrouw wordt door dokter J.J. van Effen bezocht. Voor haar zelf staat het vast dat zij zal sterven. Als godsdienstige vrouw wordt door haar gebeden om een rustig sterfbed. Familie en andere bekenden vullen het kleine vertrek. Met alle aandacht wordt naar het gebed van de vrouw geluisterd. Aan een besmetting door de pokziekte in het volle vertrek wordt niet gedacht. Terwijl de aanwezige mensen die zich in het vertrek bevinden, zuchten over de beklagenswaardige toestand van de zieke, wordt de ruimte door de dokter betreden. Wanneer de dokter de meeste aanwezigen verzoekt het vertrek te verlaten, heeft dit al een heilzame uitwerking op de zieke. Aan de tot rust komende vrouw worden enige medicijnen toegediend, waarvan het resultaat niet kan worden achterhaald. Medicijnen, want de gratis inentingen die Van Effen aanbood, hadden niet het succes wat hij ervan hoopte.

 

De dominee

Als er één een moeilijke positie had in deze tijd, dan was het de dominee. Hij wordt niet alleen bij elk sterfgeval geroepen, maar ook met alle ellende die daar uit voortvloeide geconfronteerd. Hem worden veel vragen gesteld en in de pers wordt hij behoorlijk aangevallen. Er is een geval bekend op Achthoven. De dokter wordt voor een geval van pokziekte geroepen. Het gehele gezin blijkt in lichte mate te zijn aangetast. De dokter die voorstelt het hele gezin in te enten, wordt daarin verhinderd door de vrouw die deze beslissing zonder overleg met haar man niet durft te nemen. De dokter belooft de volgende dag met entstof terug te komen. Aldus geschiedt. Vader is thuis. Maar de dominee is ook aanwezig. De dokter wordt niet in de gelegenheid gesteld enige inenting te verrichten. Om in deze als dominee en als herder van een toch wel verdeelde kudde, het beslissende woord te moeten spreken moet toch eigenlijk wel gezien worden als een onmogelijke taak.

 

Verdere maatregelen van het gemeentebestuur

Op de 18e november 1871 overlijdt Gerrit den Otter. Op de 23e een van zijn minderjarige kinderen en op de 25e zijn vrouw Emmigje de Groot. Achter blijft een minderjarig kind. Dit achtergebleven dochtertje wordt voorlopig uitbesteed. De burgemeester bericht dat hij het huisje, dat uit één kamertje bestaat, direct heeft laten verzegelen en dat hij na een grondige desinfectie van de woning zal bezien in hoeverre van de opbrengst van de inhoud, de kosten van de begrafenis kunnen worden betaald. Mocht niet de gehele opbrengst nodig zijn, dan zal het overblijvende aan het achtergebleven dochtertje worden meegegeven. Getracht wordt haar in een weeshuis onder te brengen. Het loopt tegen het einde van het jaar 1871 en de pokkenepidemie begint enigszins te luwen. Burgemeester Slijpe zet uiteen hoe hij in voorkomende situaties heeft laten handelen. 'De kleden en lakens waarmee de overledene onmiddellijk in aanraking is geweest zijn tegelijkertijd met hem begraven. Van ontkleding is tijdens de epidemie geen sprake geweest. Voorwerpen die moeilijk te desinfecteren waren, zijn met koolteer overgoten en begraven.' Omdat het verbranden en begraven van de goederen van de pokkenleiders nogal in de papieren loopt, schiet het desinfecteren van het begraafgereedschap er bij in. Het reinigen van het doodskleed zal door de grote hoeveelheid van pokkenlijders direct worden gedaan en zonodig herhaald. Het zal gebeuren met de pas door de gemeente aangekochte carbolzeep. Over het aanstellen van vaste dragers bij het begraven zegt de burgemeester dat het gemeentebestuur alleen geadviseerd heeft om vaste dragers te nemen, maar dat het een ieder vrij zal staan te doen zoals men dat zelf wil.

We zijn nu bijna anderhalve eeuw verder en kunnen ons de beschreven toestanden nauwelijks meer voorstellen. Dankbaar mogen we zijn dat we gebruik mogen maken van de goede medische voorzieningen van onze tijd.

door Henk Mesker

Meer over begraven in Lexmond leest u in het artikel Begraven te Lexmond (3).